Epitheelweefsel

Epitheelcellen en innate immunity (grensbewaking).

Epitheelcellen vormen de grensbewaking van het lichaam, en voorkomen dat indringers ons lichaam binnentreden. Epitheelweefsel heeft vele karakteristieken die het weefsel onderscheiden van andere weefsels. Alle weefsels hebben een apicaal oppervlak. Dit is het oppervlak wat zich bevindt aan de buitenkant van het lichaam, of lichaamsholte, bijvoorbeeld in de luchtwegen.



Polariteit.
Alhoewel sommige apicale oppervlakken glad zijn, hebben de meeste apicale weefseloppervlakten microvilli. Microvilli vergroten de oppervlakte. Weefsels die juist stoffen moeten absorberen of afscheiden (secerneren) hebben veel microvilli. Deze weefsels hebben een fluweelachtig uiterlijk; dit wordt borstelzoom genoemd.

Nabij het basale membraan is een smalle steun gevende weefsel laag, de basale lamina gelegen. Deze non cellulaire laag bestaat met name uit glycoproteïnen. De basaal lamina werkt als een mechanische barrière/filter. Dit filter speelt een belangrijke rol in het doorlaten van stoffen vanuit het bindweefsel richting het epitheel. De basale lamina fungeert ook als een plaats waar epitheelcellen zich aan kunnen hechten, om bijvoorbeeld een wond te genezen.

Speciale cel contacten.
Epitheelcellen passen perfect in elkaar, met uitzondering van klierepitheel. Cellen worden bij elkaar gehouden door “tight jundtions” en desmosomen. De tight junctions spelen een belangrijke rol in het transport van eiwitten.

Ondersteuning door bindweefsel.
Al het epitheelweefsel wordt ondersteund door bindweefsel. Net onder het basale lamina netwerk van bevindt zich de reticulair lamina. Dit is een laag extracellulair materiaal welke met name een fijn netwerk van collageenvezels bevat. De laminae vormen samen de basale membraan. Het basale membraan versterkt het epitheelweefsel.

Geïnnerveerd maar avasculair.

Hoewel epitheelweefsel geïnnerveerd (bevat zenuwen) is, is het wel avasculair (bevat geen bloedvaten). De epitheelcellen worden dus middels diffusie van voedingsstoffen voorzien.

Regeneratie.
Epitheelweefsel heeft een grote regeneratieve capaciteit (zelf herstellend) capaciteit. Wanneer de polariteit wordt verstoord starten de epitheelcellen met delen en wordt het weefsel vernieuwd. Zolang de epitheelcellen voldoende worden gevoed, zijn de cellen goed in staat te delen.